Geschiedenis van de scheepvaartwegen van Antwerpen

 

 

 

 

 

 

  Archief: RW

 

 

Onderstaande komt uit voorlichtingsmateriaal (omstreeks 1985) van Rijkswaterstaat Zeeland

betreffende aanpassing van het zuidelijke deel van het kanaal door Zuid-Beveland.

 

Geschiedenis van de scheepvaartwegen van Antwerpen

 

Vůůr de 15e eeuw liep de scheepvaartweg vanuit zee naar Antwerpen via de Oosterschelde en het Kreekrak. In de 15e eeuw kwam hierin geleidelijk verandering door het ondieper worden van het Kreekrak, waardoor de Honte of Westerschelde voor de scheepvaart steeds belangrijker werd.

Napoleon wilde Antwerpen tot de grootste noordelijke zeehaven van zijn rijk maken. Na zijn bezoek in 1810 aan Zeeland is door de Zeeuwse waterbouwer Andries Schraver een plan ingediend voor afdamming van het Kreekrak,   - dat rond deze tijd bij laagwater reeds geheel droog viel - en het graven van een kanaal door het oostelijk deel van Zuid-Beveland. Na de val van Napoleon in 1815 werden de noordelijke en zuidelijke Nederlanden  samengevoegd tot ťťn koninkrijk, onder Willem I. In die periode (1827) werd een rapport uitgebracht met plannen voor een geschikte verbinding voor binnen- en zeeschepen tussen de Ooster- en Westerschelde. Door de opstand van BelgiŽ in 1830 ging ook dit plan niet door.    

In 1839 vond de scheiding tussen Nederland en BelgiŽ plaats. Tussen beide landen werd een scheidingsverdrag gesloten. Als onderdeel hiervan kreeg Nederland de plicht te zorgen voor goede verbindingen voor de binnenscheepvaart over de Nederlandse wateren tussen BelgiŽ en de Rijn. De verontdieping van het Kreekrak ging nog steeds door. Uit een rapport van 1860 blijkt dat bij dood tij schepen met enige diepgang niet door het Kreekrak voeren maar de veel langere weg door het Sloe namen. De kanaalplannen van vůůr 1839 gingen in eerste instantie uit van het scheppen van een betere vaarweg. Na dit jaar kwamen er door de opkomst van de spoorwegen (Amsterdam-Haarlem 1839) een nieuw element naar voren.

In 1846 werd aan de aannemer D. Dronkers uit Middelburg concessie verleend tot de aanleg van een spoorlijn van Helmond naar Vlissingen. Over het Kreekrak zou een 600 mtr lange brug worden gebouwd met een beweegbaar gedeelte voor de scheepvaart. Deze concessie werd in 1849 weer ingetrokken en vervangen door een concessie tot afdamming van het kreekrak onder de verplichting om vůůr de aanvang van deze afdamming een kanaal door Zuid-Beveland te graven. De concessie werd in 1851 aan een maatschappij overgedragen die in 1852 begon met het graven van een bouwput voor de sluizen in Hansweert. Door allerlei oorzaken is men niet verder gegaan met de werkzaamheden. 

De aanleg van het kanaal door Zuid-Beveland

In 1862 werd door de Staatsspoorwegen de bouw van de schutsluizen (Middensluizen) te Hansweert en Wemeldinge en de afdamming van het Kreekrak opnieuw aanbesteed. In januari 1863 werd met de werkzaamheden begonnen, zij het onder protest van BelgiŽ, dat vreesde dat door de afdamming van het Kreekrak de bevaarbaarheid van de Westerschelde slechter zou worden. Nadat het kanaal op 15 oktober 1866 in gebruik was gesteld, werd op 28 juni 1867 de Kreekrakdam gesloten. Op 31 juli 1867 reed de eerste trein over de dam.

In die tijd beschikte het Kanaal maar over ťťn sluis in Hansweert en ťťn in Wemeldinge. Bij het uitvallen van ťťn van deze sluizen zou niet voldaan kunnen worden aan het tractaat met BelgiŽ, daar de schepen dan zouden moeten omvaren via het Sloe of na de afsluiting hiervan in 1873 via het Kanaal door Walcheren. Daarom werden tussen 1870 en 1872 de kleine of Westsluizen in Wemeldinge en Hansweert gebouwd.

Door de toename van het scheepsaanbod en gebreken aan de Middensluizen werd in 1907 besloten tot de bouw van een derde stel sluizen: de Oostsluizen. In 1916 werd de Oostsluis te Hansweert in gebruik gesteld, in 1928 die te Wemeldinge.

Over het kanaal lagen oorspronkelijk 3 draaibruggen voor gewoon verkeer n.l. te Schore, de Postbrug in de rijks-(post)weg Kloetinge-Yerseke en de Bonzijbrug bij Wemeldinge. Voorts was er een laaggelegen spoordraaibrug bij Vlake. Omdat deze spoorbrug teveel hinder voor de scheepvaart opleverde, werd hij als gevolg van de ďspoortijdenĒ in de periode 1934-1938 vervangen door een hooggelegen gecombineerde spoor- en verkeersbrug. De verkeersbrug bij Schore kon daardoor in 1939 worden opgeruimd. Tussen 1936-1938 werd het kanaal verbreed. In de periode 1940-1945 (WO-II) zijn kanaal en sluizen veelvuldig beschadigd en buiten gebruik geweest.

Het deltaplan

Na de watersnoodramp op 1 februari 1953 begint een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Zeeland. In het rapport van de Deltacommissie 1960 werden geen ingrijpende wijzigingen voor het kanaal voorzien, behalve het vervangen van de sluizen te Hansweert uit het oogpunt van waterkeringseisen. In dit rapport zou de Oosterschelde getijloos zijn met een vaste waterstand van ca. N.A.P. De sluizen te Wemeldinge zouden komen te vervallen als compensatie voor de extra sluis in de Volkerakdam. In de eerste schetsplannen kregen de sluizen in Hansweert wel een zout-zoet scheidingssysteem overeenkomstig de Kreekraksluizen en de sluizen in de Philipsdam.

 Een kortere verbinding van Antwerpen met de Rijn

Vanaf het einde van de eerste wereldoorlog is er met BelgiŽ onderhandeld over een nieuwe binnenscheepsvaartverbinding van Antwerpen met de Rijn., daar BelgiŽ het kanaal door Zuid-Beveland met zijn sluizen minder goed achtte dan een verbinding door de Kreekrak. Ook de stroomsnelheid voor de havenmonden achtte men te hinderlijk voor de scheepvaart. BelgiŽ wenste een kanaal door Brabant naar Moerdijk, Nederland stelde hier tegenover een verbinding vanaf de Westerschelde bij Bath door het Kreekrak en de Eendracht en door de Westerschelde bij Bath door het Kreekrak en de Eendracht en door St. Philipsland naar het Hellegat. Deze oplossing vertoont grote gelijkenis met de tegenwoordige Schelde-Rijnverbinding. Deze vaarroute ligt voor een groot deel in tijgebied. BelgiŽ bleef echter vasthouden aan zijn oorspronkelijke plannen.

De uitvoering van het deltaplan gaf een wending aan de jarenlange onderhandelingen. Door de geplande afsluiting van de Oosterschelde zou het getij op deze zeearm wegvallen, waardoor de argumenten voor een Moerdijkkanaal door het vasteland van Noord-Brabant kwamen te vervallen. De onderhandelingen werden hervat, hetgeen resulteerde in het tractaat van 13 mei 1963. Hierin wordt besloten tot de aanleg van de Schelde-Rijn verbinding. Het kanaal door Zuid-Beveland komt hierdoor na voltooiing van de Schelde-Rijnverbinding in dezelfde positie als de overige rijksvaarwegen in Nederland. Het is Nederland echter niet toegestaan tot buiten gebruik stelling of belangrijke wijziging van het Kanaal door Zuid-Beveland over te gaan zonder overleg met BelgiŽ.

Omstreeks 1970 begon de hevige discussie over een open of een afgesloten Oosterschelde. De themaís veiligheid en milieu stonden lijnrecht tegenover elkaar. In 1976 nam de regering de volgende beslissing met betrekking tot de Oosterschelde problematiek.

-  de bouw van een stormvloedkering in de monding van de Oosterschelde

-  de aanleg van 2 compartimenteringsdammen, de Philipsdam en de Oesterdam (met Markiezaatskade), waarachter een zoet randmeer zal ontstaan.

-    Het graven van het Spuikanaal Bath om het zoute water van het oostelijk randmeer af te voeren naar de Westerschelde.

-    Het verhogen van de zeedijken langs de Oosterschelde, om reeds tijdens de uitvoering van de werken een verhoogde veiligheid te verkrijgen.

-    Het verruimen van het Kanaal door Zuid-Beveland. Het sluizencomplex te Wemeldinge komt te vervallen. In Hansweert worden nieuwe sluizen gebouwd.

 Ter voldoening aan het tractaat werd overleg gepleegd met BelgiŽ, dat instemde met het Nederlandse plan. 

De werken aan het Kanaal door Zuid-Beveland

Het definitieve plan voor het Kanaal door Zuid-Beveland werd op 4 juli 1978 door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld.

Het plan houdt in:

a.  Vervanging van de sluizen bij Hansweert door 2 moderne sluizen (24 x 280 m) geschikt voor vierbaksduwvaart.

b.  Het opheffen van de sluizen bij Wemeldinge waardoor het kanaal onder invloed komt van het oosterschelde getij.

     Het kanaal krijgt een nieuwe uitmonding op de Oosterschelde ten oosten van de huidige sluizen.

c.  Het verbreden en verdiepen van het kanaal in verband met vierbaksduwvaart.

Het bouwen van drie nieuwe hooggelegen bruggen, namelijk een nieuwe Postbrug en een gecombineerde spoor- en wegverkeersbrug bij Vlake (ca. 100 m noordelijk van de bestaande).