Hansweert-Oost  -  Wonen periode '53 - '80

 

 

 

 

 

 

 

Archief: MD 

 

In 1987 is er door de (oud) bewoners van 'De Put' een reŁnie georganiseerd.

Tijdens deze bijeenkomst is het volgende gedicht voorgedragen'.

 

1

We waren nog maar kinderen
Toen we woonden in Hansweert,
Maar het Zeeuwse taaltje zijn
we nooit verleerd.
9
De ene pakte knikkers af
Een ander werd gauw kwaad,
een derde kon niet tegen zijn verlies
je weet wel hoe dat gaat.

2

 

We willen best vertellen
Hoe het was in deze tijd
er was toch best veel lol
en weinig narigheid.
10
En bijnamen, die waren er ook,
Er was en Spuug, een Peul, en de familie Pee
Dat wekte soms wel kwaadheid op
En daar zaten we dan weer mee.

3

Een onbezorgde jeugd
in de Put, dat is waar,
Het was er toen zo rustig
Het verkeer was geen gevaar.
11
In de winter sleeden we van de dijk
en ruimden sneeuw op met zijn allen
We schaatsten op een smalle sloot,
dat is best goed bevallen.
 
         

4

We speelden altijd in de Put
En iedereen deed mee
We waren altijd met een groep,
of zomaar met zijn twee.
12
Met oud en nieuw hadden we een koenkelpot
en kenden allemaal een lied.
van de koenkelpotterij en het kleine zieltje
wie kende deze versjes niet?
 
         

5

De zomer was zo mooi daar,
Scheen er niet altijd de zon?
waren we niet altijd buiten?
't leek we of alles kon.
13
Er is nog zoveel meer gebeurd,
We leefden zo beschut
het was zo rustig en beschermd
dat leven in de Put.
 
         
6

 

De dijk stond stampvol boterbloemen
we hadden zelfs een eigen strand
er was altijd veel plezier,
daar aan de waterkant.
14
Maar ook voor ons kwam de dag
Dat we uit de Put vertrokken
en we zeggen het wel eerlijk
dat ging niet zonder mokken.
 
         
7
We zochten krukels tussen stenen
dat zou je nooit vergeten
en 's avonds werden die
op het stoepje opgegeten.
15
Ergens anders gingen we wonen
en, dat moet je weten,
't viel best wel mee, hoor
maar we zijn de Put nooit vergeten.
 
         
8
Het was niet altijd rozengeur,
we hadden best wel ruzie, hoor,
we vochten soms heel wat af,
en ja, waar kwam dat door?
16
Nog altijd denk je aan Hansweert
en ook, hoe zal het komen,
dat ik nog altijd, na zoveel jaar
steeds van de Put blijf dromen?